“Ik zie hoe de bomen hun bladeren loslaten en hoe er telkens weer nieuw groen komt. Het herinnert me eraan dat groeien soms ook betekent durven loslaten.”
Er is weinig dat mij zo diep raakt als de natuur. Elke dag opnieuw verwonder ik mij over het landschap, dichtbij huis of onderweg tijdens onze reizen. De natuur verveelt nooit. Ze verandert voortdurend, groeit, bloeit, sterft af en begint weer opnieuw. Elk seizoen schildert het landschap in een ander palet: van het frisse, jonge groen van de lente tot de warme, aardse tinten van de herfst.
In die voortdurende verandering ervaar ik rust, inspiratie en de aanwezigheid van iets groters.
Ik word blij van zonnebloemen die hun gele hoofden naar het licht draaien, van de eerste sneeuwklokjes die voorzichtig de lente aankondigen, van de geur van rijpe bramen en het plukken van vruchten. Zelfs het kleinste detail, een gevallen blad, een vogel in de verte, het geluid van een kwakkende kikker, het ritselen van wind in het gras, het brengt rust én verwondering.
Tussen al dat moois zijn het vooral de bomen die mij diep raken. Geen idee waarom precies, maar ik voel me met hen verbonden. Ze staan daar als stille wachters in het landschap. Onbewogen, geduldig, vol kracht. Ze bieden beschutting, schaduw en troost. Hun wortels diep in de aarde, hun takken reikend naar de hemel. Alsof ze weten hoe alles werkt, zonder het ooit uit te hoeven spreken.
En ze geven. Niet alleen aan ons, maar aan het hele dierenrijk. Vruchten, noten, bladeren, holtes, bescherming en schaduw. In hun kruinen schuilt leven en wonen dieren. Een eekhoorn springt van tak op tak. Mussen kwetteren er vrolijk op los, een specht timmert met ritmisch geduld aan een stam, en soms roept de koekoek mijn naam, of zo voelt het tenminste. En ik roep terug. En hij antwoordt weer. Een spel van geluid over de velden dat me altijd weer raakt.
In mijn werk keren bomen vaak terug. Soms als hoofdfiguur, soms als stille aanwezigheid op de achtergrond. Ze zijn voor mij meer dan natuurlijke elementen, ze zijn symbolen van standvastigheid, van het terugkerende in het leven, van loslaten en opnieuw beginnen. In de lente zie ik hun hernieuwde kracht, in de herfst hun overgave, in de winter hun stilte, in de zomer hun overvloed.
In de natuur ervaar ik iets groters dan mijzelf en ervaar ik hoe klein wij zijn in het grote geheel. Ik ervaar Gods hand, zijn schepping, in de eenvoud, in de herhaling, in de schoonheid waarvan ik een onderdeel mag zijn. Dat is voor mij echte rijkdom, dan voel ik me bevoorrecht dat ik dit mag beleven.
De natuur blijft mij verbazen en inspireren. Tot nieuw werk, nieuwe verhalen, nieuwe verwondering van groeien, bloeien en loslaten, maar ook steeds weer opnieuw beginnen.
