In 2019 zette ik een grote stap: ik ruilde mijn baan als personeelsadviseur bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in voor het kunstenaarschap. Het was geen gemakkelijke beslissing, maar wel een die volledig uit mijn hart kwam.

Mijn tijd bij de Rijksdienst heeft me veel geleerd over de waarde van cultureel erfgoed. De missie om de toekomst een verleden te geven voelde altijd als een groot maatschappelijk belang. Het idee dat je door het bewaren en beschermen van kunst, monumenten in en boven de grond een bijdrage levert aan het collectieve geheugen van onze samenleving, inspireerde me. Maar tegelijkertijd begon er iets te kriebelen. Een verlangen om niet alleen het verleden te behouden, maar ook actief bij te dragen aan dat erfgoed door zelf te maken, te creëren, en mijn eigen verhalen toe te voegen aan de wereld.

Die kriebel werd een missie. Ik wilde niet alleen andermans verhalen helpen bewaren; ik wilde ook mijn eigen verhaal vertellen. Kunst werd mijn taal, mijn manier om mijn gevoelens, ervaringen en gedachten vast te leggen. Nu hoop ik dat mijn werk niet alleen in het moment mensen raakt, maar ook bewaard blijft voor de toekomst. Dat het een blijvende herinnering kan zijn aan mijn bestaan, mijn reis, en wat ik heb willen delen met de wereld.

Het kunstenaarschap is een avontuur. Het vraagt om moed, om kwetsbaarheid, en om de wil om jezelf steeds opnieuw uit te vinden. Maar het geeft ook oneindig veel terug: de vrijheid om te creëren, de verbinding met mensen die mijn werk zien, en het idee dat ik met mijn kunst een stukje kan bijdragen aan dat grote, mooie geheel dat cultureel erfgoed heet. Gelukkig kon ik mijn pensioen naar voren schuiven en krijg ik nu AOW, zodat een inkomen verzekerd is, dat biedt mij de luxe om het leven van een kunstenaar te leven.

Het is mijn manier om mijn verleden, heden en toekomst samen te brengen – en hopelijk ook dat van anderen.